| |
Kamperen
Kamperen in Afrika is een
prachtige ervaring. Hoewel de campgrounds vaak zijn voorzien van een hekwerk dat
het grote wild buiten laat, zien
toch veel dieren kans om dit te omzeilen. Jakhalzen, groene meerkatten,
honingdassen en mangoesten zitten om je tent. Dat lijkt leuk, maar vraagt ook
veel discipline. Als dieren ruiken (en dat doen ze heel erg goed!) dat er eten
zit in je tent, weten zij daar wel in binnen te dringen. Een ravage is het
gevolg. Eten blijft in de auto!

Om te kamperen heb je een tent nodig. Omdat de bagageruimte in de auto erg
beperkt is, zal dat een kleine tent moeten zijn! Het is de moeite waard om je
tent eventueel te delen met een medereiziger maar als je dat niet wilt: denk dan
aan een klein eenpersoonssheltertje! Je doet weinig in de tent, alleen slapen.
Dus als je matje en slaapzak er in past, is de tent groot genoeg! Wat wel erg
behulpzaam is, is om een stuk dikker plastiek mee te nemen dat rondom je tent ongeveer een meter uitspringt. Veel spinnen en schorpioenen hebben namelijk een
hekel om daarop te kruipen; ze kruipen er liever onder. dat mag, want als ze
onder het plastiek kruipen, komen ze nooit in je tent!
Een ander belangrijk voordeel is dat je tent op die manier redelijk stofvrij
blijft. Stof is vaak een groot probleem en heeft de eigenschap om overal in te
gaan zitten. Zelfs in je slaapzak als je niet uitkijkt!
Op de camping zullen wij zo veel mogelijk aan het hek en apart van anderen gaan
staan. Veel kampeerders zijn Zuid-Afrikaners en hoewel dit ook heel erg
vriendelijke mensen zijn, ze willen 's avonds nog wel eens luidruchtig zijn. En
bovendien hebben wij, als we op een rustig plekje staan, ook veel meer kans
nachtdieren rondom onze tenten te zien.
|
|